tussenlijn
reiziger - journalist - schrijver


 Strand

Vertrek uit Accra

Van Bui naar Bobo Dioulasso

Bobo Dioulasso

Van Bobo Dioulasso naar Bamako

Bamako

Van Bamako naar Kayes

Van Kayes naar Saint Louis

Saint Louis

Van Saint Louis naar Nouâdhibou

De Westelijke Sahara

Aankomst in Casablanca

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Van Kayes naar Saint Louis

Zwanenzang van een lelijk eendje

In de ochtend slaat de motor aan, maar na het tanken moet de auto weer worden aangeduwd. We rijden naar de grens met Senegal door een bos van baobabbomen. Bij het zien van deze meesters onder de bomen slaat de verbeelding van een mens direct op hol. Men denkt aan dwergen, elfen en geesten. Hele werelden worden in de geest geschapen.

Bij de grens hebben we geen problemen. Al onze papieren zijn in orde. Maar bij elk douane en politie post moeten we nu de auto aanduwen voor we erin springen en wegrijden. De reis begint steeds Afrikaanser te worden. Bij elk flink gat in de weg vliegt één van de portieren open en als ik de mijne met een harde knal dichtsla valt het raampje weer met een klap dicht.

Een mooie glooiende weg brengt ons naar Bakel waar we overnachten in Auberge Islam. Het is een andere wereld; In Mali wonen net zoveel moslims als in Senegal, maar een stad in noord Senegal lijkt precies Noord-Afrika. Het is er ook veel heter. Tot diep in de nacht blijft de kamer snikheet. Toch noemen ze deze tijd de koude periode.

De Toucouleur streek waar we doorheen trekken ligt ten zuiden van de Senegal rivier, die de grens met Mauritanië en de woestijn vormt. Het landschap is een soort voorloper van de woestijn. Alleen planten en bomen met veel stekels kunnen er overleven. Verder loopt er heel veel vee rond, zelfs paarden en enkele dromedarissen. Langs de weg liggen ontelbare beestenlijken die ontzettend stinken.

Onze identiteitspapieren worden regelmatig gecontroleerd. Vlak na een controle willen we onder een boom wat brood gaan eten als we plotseling een knal horen en de auto een beetje naar beneden voelen zakken. De auto komt tot stilstand naast een geiten lijk. De eend blijkt nog maar net boven de grond te hangen.

In het dorp is een monteur, die zijn eigen wagen moet aanduwen. Door een onderdeel te lassen weet hij ons weer op weg te helpen, maar 60 km verder gaat het weer kapot. Er is een dorp vlakbij. We rijden tot voor een metaal werkplaats. Daar worden doorgaans ezels en paardenwagens gerepareerd. De lasser gaat aan de slag.

Ondertussen wordt het donker. Een jongen vraagt of we de nacht bij hem thuis willen doorbrengen. We gaan met hem mee en hij blijkt de zoon van de plaatselijke marabout te zijn. We geven de blinde geestelijke een hand. Overal zitten jongens koran teksten van stukken hout te leren. Op het dak van het herenhuis word teen matras voor ons neergelegd. Er is zelfs een badkamer. De jongen laat ons twee grote hanen zien die voor ons geslacht gaan worden. Dat duurt natuurlijk even en in de tussentijd krijgen we een grote schaal gekookte eieren met een soort bruine couscous met melk en suiker. Tegen middernacht komt de schaal met de haan. We eten met onze handen. Omdat wij met onze vingers geen goede grip op het vlees krijgen, maakt de gastheer voor ons stukjes vlees los. Met een vork vindt hij dat de smaak verloren gaat.

De sterrenhemel is overweldigend. In de verte klinkt de marabout die de dorpelingen voorgaat in het gebed. Het is het feest van de terugkeer van Bamba. Er waait een koel windje vanaf de rivier en in de nacht wordt het zelfs koud.

‘s Ochtends repareren we nog twee banden en laten dan het dorp weer achter ons. De auto hangt sterk naar links over, maar na elke kilometer groeit het vertrouwen. Rue National bordjes geven aan dat Saint Louis aan de Atlantische oceaan nog driehonderd km ver is. Tegen de avond rijden we de brug naar de historische stad over en voelen de zilte lucht ons verwelkomen.

Auto doorgezakt