tussenlijn
reiziger - journalist - schrijver


 Strand

Dag 1

Dag 3

Dag 5

Dag 6

Dag 8

Dag 9

Dag 13

Dag 15

Dag 18

Dag 22

Dag 25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Een duwtje en daar gaat de eend weer

Van Bamako naar Kayes

De motor van de eend stopte er mee toen we in Kayes de parkeerplaats van het hotel opreden. De man naast me aan het ontbijt kijkt met bewondering naar het gele stoffige wagentje. 'Il est bien hè? Le Deux chevaux. Est-il à vendre?'
'Hij doet het niet', zeg ik, maar ik kan alleen beamen dat het een fantastisch karretje is.

Vanuit Bamako rijden we de heuvels in. Een prachtige tolweg strekt zich uit. We hoeven niet te betalen, want het is nog in een proefstadium. De verkeersdrempels blijken bijvoorbeeld te hoog uitgevallen. We rijden gelijk op met het spoortraject tussen Dakar en Bamako.

Verderop zijn ze nog aan de weg bezig. Sommige stukken zijn los zand. In de hoogste versnelling scheuren we er doorheen. We moeten alleen snel het dak helemaal open zetten, want de zandstorm in de auto kan nu nergens naar toe. Met wapperende portieren rijden we verder.

In Kita staat bij een rotonde een totaal zelf gefabriceerde eend. De eigenaar, Arouna Cissé, heeft alles zelf gemaakt; met stukken metaal van grote benzine tanks tot de kleinste onderdelen in de motor. De lange man kijkt uit zijn ogen met een mengeling van trots en weemoed, zoals allen die hun eigen levenskunstwerk zien aftakelen omdat het ook een gebruiksvoorwerp is.

We overnachten in Manatali, een stadje aan een stuwmeer waar elektriciteit wordt opgewekt. Het landschap is indrukwekkend; vruchtbaar, afgewisseld met rotsplateaus's waar de roze woestijnroos bloeit en doortrokken door talloze rivieren. Overal in het stadje is elektriciteit, maar we kunnen aan het eind van de dag toch wegzakken in het aangename donker voor een café, waar niemand ons opmerkt en een uitgeput mens zich totaal kan ontspannen.

In de dorpen leven de families in ommuurde huisjes bij elkaar. Overal lopen koeien en geiten. Grote baobab bomen, alle met hun eigen unieke vorm, bepalen het landschap. We komen bij een driesprong van grote rivieren. Er staat een veerboot klaar die ons direct naar de overkant vervoert. Konden we maar de rivier afzakken naar Kayes. Het is maar 130 km van hier. Nu is de keuze een slechte weg of een vreselijk slechte weg. Aan de andere oever is de weg een en al rotsen, zand en kuilen. We zullen er ruim zeven uur over doen. Steeds terugschakelen. Af en toe stoot de voor of onderkant tegen een rots. Een lekke band en een gescheurde uitlaat is de schade.

In de verte doemen enorme bergen op die van boven zijn afgeplat. Eens moet hier een hoogvlakte hebben gelegen. We komen weer bij de rivier met prachtige stroomversnellingen. -Een veerdienst zou geen uitkomst zijn geweest.- Het is goed te begrijpen waarom de eerste koninkrijken van West-Afrika allemaal in Mali lagen. Dit gebied grenst aan Senegal, Guinea, Ivoorkust, Burkina Faso en Mauritanië. Mali is het hart van West-Afrika.

Het begint donker te worden als we aan het laatste stuk beginnen. Door grote rotspartijen, die in het water de stroomversnellingen veroorzaken, zakken we samen met een tot over de nok met grote zakken houtskool gevulde bestelbus de smalle weg af. Op een bruggetje stopt de motor opeens. We duwen de auto snel er over heen en aan de kant om de bus door te laten. Mijn reiskameraad ontpopt zich tot monteur eerste klasse door alleen door alle draadjes te bevoelen de motor weer aan de praat krijgt. We halen de bus weer in, maar op een volgend bruggetje slaat de motor weer af en wil weer niet starten. Ligt het aan de benzine, die we in een vaag benzinestation in een dorpje hebben gekocht of ligt het aan de startmotor. De bus haalt ons weer in. Vlak voor Kayes laten we de bus luid toeterend achter ons, maar als we de weg naar een hotel vragen op het stationsplein, moeten we de eend erna weer aanduwen. Op de oprit van het hotel slaat de motor voor de laatste keer die dag af. Met het grootste respect duwen we hem de parkeerplaats op. Hij heeft genoeg werk verricht vandaag. Morgen lappen we hem wel weer op.

Kayes