tussenlijn
reiziger - journalist - schrijver


 Strand

Dag 1

Dag 3

Dag 5

Dag 6

Dag 8

Dag 9

Dag 13

Dag 15

Dag 18

Dag 22

Dag 25

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


'That's the way to do it!'

Van Saint Louis naar Nouâdhibou

Bij het verlaten van Mauritanië houdt het asfalt plotseling op. Het stuk niemandsland van steen en zand moet omzichtig worden doorkruist. Er liggen mijnen. De douaniers, die ‘God is Al’ in het Arabisch op de achterklep van de auto mochten schrijven, stellen ons gerust: rechts houden, maar niet te ver naar rechts!

Deze kilometers zijn het enige overgebleven stuk van de route door de Sahara langs de Atlantische kust waar geen asfalt meer ligt. De lang gekoesterde droom van een goede verbinding tussen Afrika en Europa is een feit. Nu het verkeer nog.

De grens tussen Senegal en Mauritanië bestaat uit een veerpont over de Senegal rivier, die maar enkele keren per dag vaart. We weten zonder veel moeilijkheden tussen al het vrachtverkeer en andere grote auto’s het pontje op te rijden. Voor we er weer afrijden heeft een Mauritanische douanier ons en onze paspoorten al onder zijn hoede genomen. ‘Het is vrijdagmiddag. De grens gaat enkele uren dicht. Iedereen gaat naar de moskee. Als jullie willen kan ik alles snel voor jullie regelen.’ Dat doet hij. Twintig euro en enkele stoffige kantoortjes later zijn we de grens al gepasseerd.

Dit is het minst bekende land van onze reis. Het ziet er allemaal een beetje grauw uit. Als we het grensstadje voorbij zijn stoppen we even om te plassen. Een aardige vent staat er ook: ‘Hé, ça va? Alles goed gegaan bij de grens? hebben jullie een verzekering?’

We kijken elkaar aan. We hebben een verzekering die heel Afrika dekt. Maar of Mauritanië die erkent? De jongen weet zeker van niet. Hij is zo aardig mij terug te brengen om het samen te regelen. Bij de grenspoort stapt een jongen met een grote zonnebril achterin en we rijden naar een woonhuis waar een vrouw een verzekering maakt. De jongen rekent mij driedubbel en ik besef dat we er in geluisd zijn. Na wat ruzie betaal ik het dubbele. Godzijdank vraagt, vlak voor we Mauritanië weer verlaten, een slaperige politieagent naar onze verzekering.

Mauritanië is alleen maar woestijn. In de buurt van de rivier met heuveltjes en boompjes, later met alleen struikjes, nog later met alleen zand. We hebben extra benzine en water ingeslagen en rijden lekker door. Eerst is er bewoning langs de weg, later wordt het landschap nog meer verlaten. Op de vlaktes krijgt de wind vrij spel en het dak van de wagen begint aan alle kanten te trekken. Het bolt enorm op en slaat dan weer naar beneden. We verankeren een stang met een zware tas en ergens anders spannen we het dakzeil aan met een fles zonnebrandolie. Het doet denken aan zeilen.

In deze streek lijken alleen maar ballingen te wonen. Het gebied is bijzonder mens onvriendelijk. We stoppen bij een kleine boutique omdat het gaspedaal blijft hangen. Een man biedt ons thee aan. In zijn door de wind geteisterd onderkomen vraag ik hem of het hier altijd zo hard waait. Berustend antwoordt hij vanonder zijn tulband: 'Soms waait het, soms waait het niet. Soms waait het hard, soms waait het zacht.'

In de hoofdstad Nouakchott rijden vrijwel alleen maar tweedehands Mercedissen. Niemand lijkt zich aan verkeersregels te houden. Er staat nergens een bord met aanwijzingen. Deze stad heeft de vaart der volkeren gemist, maar er zijn wel overal cybercafé’s waar men op internet kan surfen. Het moet gouden handel zijn: enkele computers op tafeltjes langs de muur die aangesloten zijn op internet en het geld stroomt binnen. Juist op geïsoleerde plekken is er veel vraag naar deze service. Er zitten allerlei verschillende mensen, waaronder ook vrouwen.

De weg van Nouakchott naar Nouâdhibou is dwars door een grote zandvlakte. Er woont nauwelijks iemand. Wel is een heel stuk uitgeroepen tot een nationaal park. Dit soort woestijn lijkt een dood of stilstaand landschap. De tijd lijkt er stil te staan. Alsof de natuur hele langzame stappen zet en de mens er ondertussen snel doorheen kan lopen. Enkele wandelende zandduinen rijzen op uit het vlakke landschap. De wind blaast uiterst geduldig laagje voor laagje vooruit. De scherpe lijn van de rug van de duin verdeelt de perfecte zandmassa in licht en donker.

In Nouâdhibou rijden we naar een camping die wordt aangeraden in de reisgids. Als we de binnenplaats oprijden vallen de monden open van verbazing. Niet van de eigenaar, monsieur Ali, -die heeft wel raardere snuiters meegemaakt-  maar van de andere gasten. Ze zitten op kampeerstoelen voor hun tot in perfectie uitgeruste Landcruisers of achter meegenomen beeldschermen en andere apparatuur. Als we geparkeerd staan komen ze kijken. ‘That’s the way to do it!’ zeggen enkele gepensioneerde Zuid-Afrikanen, die uit Kameroen zijn komen aanrijden, vol enthousiasme. ‘Hoeveel kost zo een wagen in Ghana?’ vraagt één van de Polen, die hun Rangerovers uit Europa met winst proberen te verkopen. Men loopt om de auto heen, maar na enkele minuten is alles gezien.

Het Senegalees restaurant is dicht. Er zijn veel donkere Afrikaanse mensen op straat. De gelukkigen hebben werk gevonden, maar allen willen naar Europa. Dit is voor iedereen maar een tussenstation. We kunnen bier krijgen bij de Chinees. Er zit ook een Portugees die garnalen eet. Morgen laadt hij zijn vrachtwagen vol met vis en schelpdieren en rijdt in twee dagen naar Spanje. Europa komt steeds dichterbij.

 

Woestijn

 

 

Auto op Pont