reiziger - journalist - schrijver

Zee bij Dakhla 

 

 

 

 

 

 

 

TorenCasablanca

 

 

BergWoestijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beginpagina

 

 

 

Dag Eend

Op deze pagina’s zijn verhalen van Jasja Arian te vinden.

Momenteel woont Jasja in Amsterdam. Daarvoor woonde hij enkele jaren in de hoofdsteden Port Moresby in Papoea Nieuw-Guinea, Brussel en Accra in Ghana.

Volg de reis van Jasja en Piet in een eendje van Accra dwars door de Sahara naar Casablanca.
Lees zijn weblog op www.afrikanieuws.nl of luister naar zijn maandelijks verslag bij Wereldnet op radio 1.

De reis met de eend

Mali

We zijn op weg

Vertrek uit Accra. Via Kumasi naar de Black Volta.

Met een gele eend dwars door de Sahara; van Accra in Ghana naar Casablanca in Marokko.

Deze tocht is niet bepaald origineel; in de jaren zestig en zeventig gingen heel wat mensen op pad in het makkelijk te onderhouden karretje. Naar Azië of naar Afrika. Het verschil is alleen dat wij in omgekeerde richting rijden: van de Golf van Guinea richting de Straat van Gibraltar.

In 2008 wordt men nog steeds met de zelfde mengeling van meewarigheid en bewondering nagekeken, maar meer omdat er zoveel meer alternatieven zijn. Overlanders laten zich tegenwoordig grote 4x4’s aanmeten voor hun tocht door Afrika of elders. Maar iedereen weet het: een lelijke eend voldoet perfect voor een reis door de Sahara.

Drie dagen rijden we er over om van Accra het noordwesten van Ghana te bereiken. Eén dag naar Kumasi, de tweede dag naar Bui, waar een nationaal park is en een grote hydro dynamische dam wordt gebouwd, en de derde dag naar Wa, de hoofdstad van de noordwestelijke provincie.

De deux chevaux presteert goed, het motortje pruttelt, de wielen draaien. Het is alleen erg warm, want het dak staat altijd open, en het is stoffig, want overal zitten kieren en spleten en het dak staat altijd open. Vanaf Bui laten we de weelderige bossen van het zuiden van Ghana achter ons en komt alles en iedereen onder een stugge laag stof te zitten. Twee gaten zitten er ondertussen in de uitlaat van de auto, maar evenzoveel keren is het verholpen met een op maat gesneden colablikje en wat ijzerdraad.

Er wordt veel gebouwd aan de wegen in Ghana. Met dank ook aan hulp van de EU. Maar de weg die de twee grootste steden van Ghana verbindt zal nog lange tijd een ramp blijven. De files zorgen voor uren vertraging en chauffeurs met doodsverachting maken de reis tot een dodentocht. Misschien is dat de reden dat Kumasi zo is achtergebleven bij Accra. Er zijn steenrijke Asanti’s, maar de hoofdstad van het eens zo machtige Asanti rijk is ronduit verloederd. En het ziet er ook niet naar uit alsof dat zo snel gaat veranderen.

Zondagmorgen rijden we om zeven uur Kumasi uit en ontbijten bij een vrouwtje langs de weg. Op de tafel voor haar staat een toren eieren. Tussen enkele kiosks beheert ze een vuurtje, enkele pannen en kommen waar ze koffie of thee uit serveert. Een foto naar haar opsturen wordt moeilijk. Ze heeft geen postadres. Misschien naar de autoreparatie werkplaats erachter ‘God is Great fitting shop’?

Met wat extra proviand en water komen we aan in Bui National park in het Westen van Ghana. ‘Ai, helaas, nee, het is te laat, ‘s middags is het niet mogelijk om het park te bezoeken, het is te heet, er is geen auto. Met de lelijke eend van jullie gaat het niet, jullie zullen moeten lopen. Daarvoor is het helaas te laat.’ Maar als we aandringen kan het toch en onze eend? Die scheurt half door de berm langs de zanderige plekken in de weg en brengt ons zonder haperen naar het vissersdorp. Alleen vlak na een bruggetje knalt de onderkant één keer hard tegen een stuk rots.

Met twee kano’s gaan we het water op. Daar zwemmen drie nijlpaarden. Ze zien er gelukkig uit, lucht happend op dit prachtige stukje Black Volta; de vissers keuvelen wat en houden met respect afstand van de immense beesten. Dit soort toerisme zou tot het einde der tijden door kunnen gaan. Niemand heeft last van elkaar. En zodoende houdt men elkaar met wederzijds respect in stand. Een westers denkend mens krijgt al gauw het idee: hier valt toch veel meer aan te verdienen. Dit is uniek: ik ga meer geld vragen! De toeristen zeggen: prima, maar dan willen we ook meer zien. De gids gaat de beesten een beetje laten schrikken, zodat ze een sprongetje maken. De beesten worden schuwer. En na enkele jaren redelijk verdiend te hebben is de attractie verdwenen, de plek uitgemolken.

Binnen enkele jaren zal dit hele gebied overigens onder water verdwijnen. De serene rivier, het vissersdorp, het andere dorp waar we door kwamen, 30 procent van het nationale park. De nijlpaarden zouden kunnen overleven. Ze moeten alleen op zoek naar een plek om te grazen. Volgens de vissers wordt er bovenstrooms op ze gejaagd voor hun lekkere vlees.

De Ghanese regering heeft tijdens de China-Afrika top van het afgelopen jaar met China afgesproken om hier in Bui een grote dam te bouwen. China levert het geld, de techniek en de manschappen om het stuwmeer te creëren. Een jaar eerder werden alle schulden van Ghana kwijt gescholden. Nu steekt het land zich alweer in nieuwe schulden. Het is waar dat er een nieuwe tijd is aangebroken. Dat is in Afrika goed te merken. China speelt nu een hoofdrol en Europa voert een achterhoedegevecht met veel te ingewikkelde afspraken en halve beloften. China is ongebonden en doet precies wat het wil. Welke regering zou zich niet tot de Chinezen wenden als deze verwelkomend de deur open houden?

Op de plek waar de dam zal verrijzen zijn enkele mensen op een platform in de rivier bezig bodemmonsters te nemen. Een Chinees wordt met een kano naar de overkant gevaren en loopt de hoge berghelling op om het gat van 70 meter diep te inspecteren, waar de enorme wand in verankerd zal worden.

Achter ons komt een taxi aan. Er springt een blanke filmmaker uit die als een haas zijn apparatuur opstelt. Hij is zichtbaar teleurgesteld dat de dam nog niet af is, maar erg opgelucht dat hij voor donker is aangekomen. Zonder om zich heen te kijken schiet hij met zijn camera in het rond. De chauffeur, die onder het rode stof zit, vertelt dat ze die ochtend aan de kust zijn vertrokken en dat ze vannacht nog terug naar Accra moeten rijden! De blanke man betaalt vorstelijk, maar vanonder zijn oranje wimpers kijkt de taxichauffeur bedenkelijk naar één van zijn banden die half leeg is gelopen.

We overnachten in het guesthouse van het nationale park. De avond valt. We drinken warm bier en eten rijst met tomatenpuree. Mijn reismakker Piet kruipt onder de eend om met een blikje cola en wat ijzerdraad een gat in de uitlaat te repareren. De maan legt het dorp, waar geen electriciteit is, in een vorstelijk schijnsel. We zijn op weg.

Atlasgebergte

 

Mauritanie